Al sinds 14 juli 1991 wordt de consument in België beschermd tegen wat men noemt oneerlijke handelspraktijken. Misbruiken toonden aan dat er nood was aan zo’n bescherming en aan een goede voorlichting van de consumenten. Een typevoorbeeld bestond uit het volgende: een consument kocht in een meubelzaak een bruine lederen salon, doch de verkoper leverde een felgroene. Op de algemene voorwaarden stond immers dat de verkoper éénzijdig de overeenkomst kon wijzigen.

Deze bescherming werd opgenomen in de Wet Handelspraktijken, later vervangen door de Wet Marktpraktijken en nog later opgenomen in het Wetboek Economisch Recht (WER).

Dit jaar werd echter een belangrijke wijziging doorgevoerd in dit WER, door de wet van 4 april 2019, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 24 mei 2019. In deze wet werden immers een aantal beschermingsmaatregelen die voordien enkel golden tussen ondernemingen en consumenten, ook van kracht tussen ondernemingen onderling.

Concreet werden op drie gebieden regels ingevoerd:

Het eerste gebied  betreft het misbruik van de positie van economische afhankelijkheid. Dit is het geval wanneer een onderneming een aanmerkelijke machtspositie heeft ten aanzien van een kleinere onderneming en van deze machtspositie misbruik maakt. Om te bepalen of een onderneming deze aanmerkelijke machtspositie t.a.v. een kleinere onderneming heeft, moet gekeken worden naar de individuele relatie tussen koper en verkoper. Zo kan onder meer de reputatie van de onderneming, zijn marktaandeel, het belang dat zijn medecontractant vertegenwoordigt in zijn omzet en ten slotte de mogelijkheid voor de niet-dominante onderneming om van handelspartner te veranderen tegen dezelfde voorwaarden, in ogenschouw genomen worden. Indien het onmogelijk is om van handelspartner te veranderen, of de kostprijs om dit te doen is onredelijk hoog, dan is er sprake van economische afhankelijkheid. Deze bepalingen treden in werking op 1 juni 2020.

Het tweede gebied betreft de onrechtmatige bedingen. Deze zijn verboden en nietig, maar tasten het bestaan van de overeenkomst niet aan, voor zover de overeenkomst kan blijven bestaan. In het WER wordt nu een opsomming gegeven van de bedingen die onrechtmatig zijn en van deze die tot bewijs van het tegendeel onrechtmatig geacht worden te zijn. Deze bedingen lopen deels gelijk met die van consumenten, doch niet helemaal. Consumenten blijven een pak beter beschermd, maar u dient voor uw B2B partners ook voorzichtig te zijn wat u in uw voorwaarden opneemt. Deze bepalingen treden in werking op 1 december 2020.

Het derde gebied betreft de oneerlijke marktpraktijken. Ten aanzien van consumenten waren al heel wat marktpraktijken verboden. In het WER werd nu tevens een hoofdstuk opgenomen “oneerlijke marktpraktijken jegens andere personen dan consumenten”. In het algemeen is elke met de eerlijke marktpraktijken strijdige daad waardoor een onderneming de beroepsbelangen van een of meer andere ondernemingen schaadt of kan schaden, oneerlijk. In het bijzonder worden alle misleidende, agressieve en beteugelbare (zoals in het WER opgenomen onder niveau 2) marktpraktijken als oneerlijk beschouwd. Wat juist deze misleidende, agressieve en beteugelbare marktpraktijken zijn, wordt verder uiteengezet in het WER. Deze oneerlijke praktijken zijn dus verboden en kunnen zelfs aanleiding geven tot sancties. Deze bepalingen treden in werking op 1 september 2019. U weze dus gewaarschuwd!

Bent u niet zeker wat u nog mag doen of wat gesanctioneerd kan worden en met welke sanctie? Aarzel niet en neem contact op met Alis Advocaten.

 

Wim SMET

Wim.smet@alisadvocaten.be